Natura 2000 en natuurcompensatie

GOG KBR: veiligheidsproject in een speciale beschermingszone


De polders van Kruibeke, Bazel en Rupelmonde werden in 1996 aangeduid als Speciale Beschermingszone - Habitatrichtlijngebied (SBZ-H) door de aanwezigheid van prioritair natuurgebied 'Overblijvende of relictbossen op alluviale gronden'. Dit Habitatrichtlijngebied 'Schelde-estuarium van de Nederlandse grens tot Gent' valt voor een groot deel samen met het Vogelrichtlijngebied 'Durme en middenloop van de Schelde'. Omwille van de toekomstige natuurinvulling werden de polders van Kruibeke, Bazel en Rupelmonde ook aangeduid als Vogelrichtlijngebied.

GOG KBR: invulling met compensatienatuur

De begrenzing van het Vogelrichtlijngebied 'Schorren en polders van de Beneden-Schelde' werd conform een Besluit van de Vlaamse regering van 23 juni 1998 aangepast omwille van de uitbreidingswerken in het Antwerps havengebied. Ter compensatie van deze werken werd het projectgebied van het GOG KBR haast integraal bij het Vogelrichtlijngebied 'Durme en Middenloop van de Schelde' gevoegd (BVR, 17 juli 2000). De beschermde habitats handelen over slikken en brakwaterschorren, dijken, kreken en oevervegetaties.

De impact van de Europese Habitatrichtlijn 92/43/ EEG werd met de bouw van het Deurganckdok in de Waaslandhaven ook zeer concreet. Deze richtlijn stelde dat het project enkel vergund zou kunnen worden als er zowel naar oppervlakte als naar kwaliteit in een 1 op 1 relatie wordt gecompenseerd. Arresten van de Raad van State tot schorsing van de gewestplanwijziging brachten de rechtsgrond voor de stedenbouwkundige vergunningen voor de aanleg van het Deurganckdok in het gedrang. Hierdoor werden de reeds jaren voorbereide en gedeeltelijk aangevatte werken aan het Deurganckdok verplicht stilgelegd. Daarnaast liep er bij de Europese Commissie een ingebrekestellingprocedure rond het gebrek aan een passende beoordeling van de milieueffecten van het havenproject en het cumulatieve verband met de effecten van eerdere ingrepen in het Vogelrichtlijngebied. De Vlaamse regering zag zich genoodzaakt het milieueffectrapport (MER) Deurganckdok te herzien met als resultaat een aanvulling van compensaties.

De economische, budgettaire en maatschappelijke negatieve gevolgen van het stilleggen van de Deurganckdokwerf dienden zo snel mogelijk gestopt te worden. Het Vlaamse Parlement maakte hiervoor het Nooddecreet op (decreet voor enkele bouwvergunningen waarvoor dwingende redenen van groot algemeen belang gelden). Dit decreet (14 december 2001) combineerde de voortgang van de werken met compensatie van het verlies aan natuurwaarden, vogelgebieden en habitats in de inrichting onder andere in het GOG KBR.
In uitvoering van het Nooddecreet keurde het Vlaams Parlement op 20 februari 2002 de 'resolutie betreffende de toepassing van de Richtlijn 79/409/EEG en 92/43/EG ter compensatie van grote infrastructuurwerken in de Westerschelde en de Zeeschelde' (hierna resolutie genoemd) goed. Hiermee kreeg de Vlaamse regering de opdracht om de natuurcompensaties uit te werken. De resolutie legt de realisatie van getijdennatuur op ter aanzuivering van dit 'historisch passief'.

Andere aangeduide gebieden die binnen de compensatiedoelstellingen voor Deurganckdok en het Historisch Passief vallen, zijn onder meer Steenlandpolder, Zoetwaterkreek, Gedempt Doeldok, Vlakte Zwijndrecht, Doelpolder Noord, Putten West als natuurkerngebieden waar natuur de hoofd- of in geval van een GOG - de nevenfunctie is.

Om de effectieve infrastructuur- en inrichtingswerken in het GOG KBR te realiseren (ringdijk, overloopdijk, weidevogelgebied, slikken en schorren, nieuwe Barbierbeekgeul...) diende ingegrepen te worden op de aanwezige natuur (waaronder relictbossen op alluviale vlakten). Bijgevolg moeten ook deze bossen (Bosdecreet, 13 juni 1990) gecompenseerd worden in een verhouding afhankelijk van hun ecologische waarde, waarbij de samenstelling als criterium geldt.

Bladeren in het hoofdstuk 'Kader'