Startpunt: het Sigmaplan

Bij de stormvloedramp van 1976 brak onder meer de dijk van de Vliet ter hoogte van Ruisbroek en moesten meer dan 2000 mensen geëvacueerd worden. Naar aanleiding van deze ramp stelde de Ministerraad op 18 februari 1977 het Sigmaplan op ter beveiliging van het Zeescheldebekken tegen stormvloeden vanuit de Noordzee.

Nederland focuste zich na de rampzalige stormvloeden van 1953 binnen het Deltaplan enkel op dijkverhogingen en stormvloedkeringen. De Belgische regering koos echter na 1976 voor een gesegmenteerd watermanagement. Een verdedigingslinie van ruim 500 kilometer verhoogde en verzwaarde dijken, 13 gecontroleerde overstromingsgebieden (GOG’s) en de bouw van een stormvloedkering in Oosterweel (Antwerpen) vormen de drie pijlers van het Sigmaplan. In 2005 werd het Sigmaplan geactualiseerd (zie verder). Op dat ogenblik waren reeds honderden kilometers dijk aangepast en werkten de 12 reeds voltooide overstromingsgebieden succesvol.

Het principe van een overstromingsgebied is eenvoudig. Als een extreme noordwesterstorm samenvalt met een springtij is er overstromingsgevaar in het Zeescheldebekken, dat onderhevig is aan het getij. Dan rolt een hevige vloedgolf de Scheldemonding in. Omdat de rivier landinwaarts steeds smaller wordt, rolt deze golf steeds sneller en krachtiger door het binnenland. De dijken komen zo onder druk te staan en lopen op dat ogenblik gevaar te breken. In een dergelijk rampscenario zorgt een gecontroleerd overstromingsgebied voor de gepaste oplossing.

Bij stormvloed wordt het water op een gecontroleerde manier over de overstroombare dijk het overstromingsgebied binnengeloodst. Een hoge ringdijk beschermt de omliggende woonkernen en zorgt ervoor dat het Scheldewater in het overstromingsgebied blijft. Zodra de waterstand in de rivier voldoende is gedaald, stroomt het water uit het GOG via uitwateringsconstructies terug naar de rivier.

Wanneer het stormtij van de Zeeschelde afgetopt wordt door het GOG dat momenteel wordt aangelegd te Kruibeke, stijgt het waterpeil langs de directe deelgemeenten Kruibeke, Bazel en Rupelmonde minder snel. Maar ook de stroomopwaarts gelegen gebieden langs de Schelde en de zijrivieren zoals de Rupel, de Nete en de Durme ondervinden hier voordeel van.

Het Gecontroleerd Overstromingsgebied Kruibeke – Bazel -Rupelmonde (verder vermeld als GOG KBR) vormt het sluitstuk van het oorspronkelijke Sigmaplan van 1977. De grote waterbergingscapaciteit en de ideale ligging maken van het GOG KBR het belangrijkste project van het oorspronkelijke Sigmaplan.

Volgens de huidige vooruitgang kan dit overstromingsgebied vanaf de winter van 2015/2016 in werking treden. Vooral de aanwezigheid van enkele belangrijke gasleidingen vormt nog een belangrijke mijlpaal.

Bladeren in het hoofdstuk 'Kader'